De toekomst met de AVG en Wabpz

Hoe de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) de zorg gaat veranderen


Sinds 2017 en 2018 zijn een aantal cruciale algemene wetten (AVG) en zorgwetten (Wabpz) van kracht geworden die de zorg in stappen zullen veranderen. De Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg (Wabpz) is nu bijna volledig van kracht: aan de gespecificeerde toestemming wordt nog gewerkt. Die gespecificeerde toestemming komt erop neer dat de patiënt tot op detail kan aangeven welke gegevens voor welke zorgverlener beschikbaar mogen komen. De positie van consument en patiënt wordt versterkt, met zwaardere eisen die een patiënt mag gaan stellen aan partijen die persoonlijke gegevens beheren, verwerken, uitwisselen en gebruiken. In de nabije toekomst zal de markt in de zorg, die nu nog gesloten is omdat systeemleveranciers hun systemen gebouwd hebben met een focus op een van de categorieën zorgverleners, er een partij bij krijgen waarmee serieus rekening moet worden gehouden: de patiënt.

Dat zal niet zonder slag of stoot gaan, want deze wijziging vereist inspanning en veel investering. Het zal er dus van afhangen in hoeverre de overheid, Autoriteit Consument en Markt (ACM) en Autoriteit Persoonsgegevens (AP) dit gaan handhaven. Principiële stappen zijn ingrijpend.

Impact van algemene wetgeving

De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) heeft betrekking op álle vormen van gegevensverwerking. Welke boetes gaan er uitgedeeld worden als bedrijven en instellingen niet voldoen aan de AVG? Nu reeds heerst de angst dat het datalekken (het uitwisselen van patiëntgegevens zonder toestemming, iets wat in de zorg veel voorkomt), tot forse persoonlijke bestuurlijke boetes gaat leiden. Dat hoeft maar één of twee keer te gebeuren en dan is Leiden in last. We zouden dus zomaar meer impact kunnen verwachten van de algemene wetgeving dan van de zorgwetgeving.

Effecten in de zorg

Als we het uitgangspunt van de AVG doortrekken, is dat er vooral op gericht om de eigenaar van de gegevens controle te geven over de verwerking van die gegevens (inzage en afschrift), over welke gegevens verwerkt mogen worden (specifieke toestemming), en het recht de gegevens op te eisen en ‘mee te nemen’ naar een andere gegevensverwerker (dataportabiliteit). Als dit de fundamenten van de toekomst zijn, ziet die er voor de zorg zo uit:

  • De patiënt krijgt de beschikking over applicaties/programma’s die passen bij de situatie van de patiënt en die de patiënt steun bieden bij keuzes in de behandeling, monitoren van de behandeling en ingrijpen bij ongewenste, niet verwachte, resultaten en dat op een continue, doorgaande basis. Dit proces is dan dus ‘lifelong’ en niet meer opgeknipt in aparte behandeltrajecten zoals nu gangbaar is. Dit is de basisgedachte achter het MedMij programma.
  • De bijbehorende en wettelijk vereiste logging zal in rechtszaken scherpere lijnen trekken tussen de verantwoordelijkheid van de patiënt en de zorgverlener/behandelaar.
  • Behandelaars zullen patiënten moeten gaan volgen buiten de muren van hun instellingen als dat noodzakelijk is voor het behalen van een goed resultaat en tevreden patiënt.
  • Behandelaars krijgen te maken met een eigen zorgdossier voor registratie van hun professioneel handelen en daarnaast met het dossier van de patiënt dat ‘meekomt’ met die patiënt, inclusief de geschiedenis bij eventuele andere zorgverleners.
  • Het dossier van de patiënt wordt daarmee mogelijk het meest complete dossier.
  • De patiënt zal met het ter beschikking stellen van die gegevens de zorgverlener ‘uitnodigen’ de behandeling te starten en te begeleiden.

Deze vernieuwingen zullen niet voor honderd procent gerealiseerd zijn tussen nu en vijf jaar, maar de wettelijke fundamenten liggen er. Deze fundamenten zullen eisen stellen aan de opbouw van het dossier van de patiënt zelf en aan de dossieraanbieders voor de zorgverleners.

Hoe richt de zorg dit in?

Op de eerste plaats zal communicatie op gang moeten komen onder regie van de patiënten, in formats die uitgewisseld moeten kunnen worden. Machineleesbare export is wettelijk verplicht en import van data wordt daarmee gestimuleerd want overtikken is nu eenmaal erg kostbaar. Veiligheid en betrouwbaarheid zullen belangrijk worden in de communicatie, bijvoorbeeld via een certificeringssysteem zoals MedMij beoogt.

In de overgangsperiode zullen de bestaande systemen die slag niet meteen kunnen maken en komt er plek voor dienstverleners die de patiëntgegevens ophalen, omwerken en aanbieden aan de volgende zorgverlener. Die dienstverleners regelen ook meteen de autorisatie (toestemming voor uitwisseling). De bestaande systemen zullen exportbestanden ter beschikking stellen waarmee de dienstverleners de gegevens in naam van de patiënt kunnen ophalen, bij voorkeur ‘s nachts zodat de systemen overdag niet te zeer belast worden. De bestaande systemen zullen de patiëntgegevens van de dienstverleners, in naam van die patiënt, aangeleverd krijgen in formats die passen in hun huidige systeem en zullen een call doen bij de dienstverlener voor gegevens die er niet in passen om die gegevens voor de gebruikers-zorgverleners te ontsluiten en ter beschikking te stellen.

Nieuwe samenwerkingen voor een nieuwe klant: de patiënt en het PGO van MedMij

In de tussentijd bouwen de marktpartijen aan nieuwe systemen met nieuwe databases waarbij rekening wordt gehouden met de nieuwkomer, de patiënt. Het MedMij programma van de overheid is erop gericht om voor de patiënt een veilige plek te creëren waar de patiënt de zorgdata kan opslaan en beheren. Zorgdoc van de patiënt is gericht op medicatie, maar gaat ook de vereiste opslag van andere data faciliteren waarmee Zorgdoc zich gaat kwalificeren als een MedMij PGO. Een alternatief hiervoor is het outsourcen van de patiëntendatabase door leveranciers van bestaande systemen, welke zich dan uitsluitend kunnen focussen op het ondersteunen van de zorgverleners voor wie ze werken. Dat kan ook gelden voor de aanbieders van patiëntsystemen: ook zij kunnen zich focussen op het bieden van ondersteuning over de life cycle van de patiënt met aandoening X. Dat kan dus levenslang en door alle behandelinstellingen heen. Instellingen en patiënt zullen gebruik gaan maken van aanbieders die specialistische programmatuur van patiënt of zorgverlener om verschillende zaken te beheren kunnen bundelen in één instellingsomgeving voor de patiënt en zorgverlener.

Dit is de wereld waar Zorgdoc zich op heeft voorbereid. De techniek is ontwikkeld en beschikbaar. Voor de zorg is het de komende jaren de uitdaging om de wetgever hierin te volgen en deze fundamentele stappen ook werkelijk te gaan zetten.